Bij christenen is het nog een soms populaire en soms omstreden tekst. We vinden deze tekst in Romeinen 13. Mensen die vinden dat je de overheid altijd moet gehoorzamen, ook als die onwelgevallige of onjuiste beslissingen nemen wijzen erop dat toen Paulus deze tekst maakte de overheid nu ook bepaald niet christelijk was. Het was in een tijd van gedogen en vervolgen. Het valt moeilijk te bezien of er toen sprake was van een dictatoriale overheid. Er was enige democratie voor de échte Romeinse burgers, maar intriges, machtsspelletjes, moord en corruptie waren in Rome aan de orde van de dag. Toch zouden we deze overheid moeten volgen.  Ik denk dan ook aan de woorden van Jezus als hij spreekt over belasting: ”Geef de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is.” Hij hield daarbij een Romeins geldstuk in de hand wat de afbeelding van de keizer vertoonde. In de Tempel werd deze niet gebruikt. Afbeeldingen waren streng verboden. Gij zult u geen gesneden beelden maken luidde immers het gebod. De Tempeldienst (de kerk) kwam hier dus onderuit door een eigen munt, een soort parallelle samenleving op te richten, waardoor zij dit gebod konden ontlopen. Er waren ook tijden (geweest) maar ook nog toekomstig, dat de overheid zich ging bemoeien met de inhoud van de Tempel. Dat werd meestal niet “gepikt” al hadden ze ten tijde van Jezus én van Paulus wel invloed op het aanstellen van de hogepriester. Die moest wel loyaal zijn aan Rome. Ook in deze tijd zien we een overheid die zich indringt in het persoonlijke, kerkelijke en publieke domein.  Ik ben van mening dat we de overheid moeten gehoorzamen in die zaken waarin zij is aangesteld als dienaresse Gods. De algemene maatschappelijke situaties, Justitie (al mogen we ook daar strijden tegen onrecht). Maar over andere gezagskringen, zoals kerk, gezin en ons eigen lichaam zijn we zélf de door God ingestelde overheid. Meermalen in de Bijbel vinden we dat God het gezag in het gezin toedeelt aan het hoofd van het gezín. De koningen van Israël mochten niet eens ín de Tempel komen om een offer te brengen. En ook niet op de Heilige plaatsen in de Tempel. Dat was de gezagskring van de Hogepriester. Als God ons voorschrijft samen te komen, elkaar te groeten met een heilige kus (hug), kinderen de waarheid Gods in te prenten kan en mag een overheid zich daar niet in mengen. Zij dient te zorgen voor openbáre orde en veiligheid en mag daarvoor belasting heffen. Maar zij mag niemand dwingen een inenting te nemen, geen handen te schudden, maar twee personen in huis te ontvangen en nog zoveel meer dingen. Zolang het ging om de Chinese of Koreaanse overheid waren we het daar wel over eens. We smokkelden Bijbels en steunden christenen die hun overheid niet gehoorzaamden. In echte noodsituaties, ook op gebied van ziekte, hoeft niemand gedwóngen te worden maatregelen te nemen. Hoogstens geadviseerd maar dan wel met hoor en wederhoor. Wat er nu gebeurt is desastreus. De overheid dringt door tot in onze binnenkamers en bemoeit zich met zaken die tussen God en mij zijn. Zoals ooit Luther zei tegen de over hem gestelde overheid die hem verbood te doen wat hij deed, zeg ook ik: ”Hier sta ik, ik kán niet anders”