God schiep de mens naar zijn beeld, en wij hebben Hem die gunst terugbetaald.
Het idee is afkomstig uit de notitieboeken die Voltaire bijhield voor zijn
overpeinzingen. Hoewel zijn observatie klopt dat we ons mentale beeld van God
vaak opnieuw tekenen en een god scheppen die meer op onszelf lijkt, is de
daadwerkelijke taak om God te laten voldoen aan onze eindeloze herschep-
pingen veel moeilijker gebleken. En vanwege die moeilijkheid zijn we
overgestapt op het op één na beste: God kopiëren en iets naar ons beeld maken.
Al vanaf het oude Griekenland met zijn mythen en de schepping van automatoi
– machines die uit zichzelf bewogen – besloten mensen op een gegeven moment
dat ze iets levends moesten maken, of in ieder geval iets dat zo dicht mogelijk bij
levend kwam.
Waarom hebben we deze behoefte gevoeld? Dat is moeilijk te zeggen. Enerzijds
zijn we misschien gemaakt om creatief te zijn, op een vergelijkbare, zij het
geringere, manier dan God creatief is. Dit blijkt wel wanneer Gods volk haar
gaven gebruikt om dingen te ontwerpen en te creëren, zoals Oholiab en Bezalel
deden toen ze de tabernakel en zijn gerei maakten (Exodus 31:1-6), of wanneer
mensen taal en geluid gebruiken om muziek, poëzie en literatuur te schrijven en
daarmee iets over Gods karakter en zijn wonderbaarlijke schepping door te
geven. Anderzijds is deze behoefte om te scheppen misschien gewoon een
andere manier waarop onze zondige harten God proberen te vervangen door
onszelf. Als God ons heeft geschapen, dan is Hij onze Meester, maar misschien
kunnen wij, als we de wereld weten te beheersen en zélf leven weten te
scheppen, Zijn positie overnemen en meesters van ons eigen lot worden.
Hoe dan ook, we zijn scheppend bezig geweest: animatronische poppen in
Disneyland en levensechte computergegenereerde personages in films, maar nu
zijn we op een punt aangekomen waarop levensecht bewegen niet langer
genoeg is. Er is méér nodig. Dus hebben we kunstmatige intelligentie (AI)
ontwikkeld, iets dat lijkt te kunnen lezen, zien, spreken, denken, kunst
scheppen en – met de juiste hardware – bewegen. De groei van AI, zowel qua
aantal gebruikers als qua mogelijkheden, is verbluffend. Maar ik vrees dat we
een grove misrekening hebben gemaakt. Begrijpen we wel wat we doen in de2
manier waarop we AI ontwikkelen en er steeds meer op vertrouwen? Ik zou
zeggen van niet.
De beste manier om deze kwestie te benaderen is door te bepalen wat AI
functioneel gezien is op epistemologisch niveau, dat wil zeggen: Hoe “denkt” AI
en wat doet het? Er zijn talloze verschillende mechanismen en algoritmen in
werking bij de verschillende AI-bedrijven. Deze worden AI-modellen genoemd.
Sommige zijn beter, andere slechter, maar ze delen allemaal één bepaalde
eigenschap die dikwijls over het hoofd wordt gezien: ze combineren en
herformuleren menselijke kennis op verschillende manieren. Wat AI zo
ongelooflijk maakt, is de snelheid waarmee het iets kan analyseren, schrijven of
weergeven, een taak waar een normaal mens uren over zou doen.
Waarom is dit belangrijk? Wel, als menselijke kennis voor een ongelovige in alle
opzichten het ultieme referentiepunt is (Van Til, A Christian Theory of
Knowledge, 6), en als AI menselijke kennis is, maar dan onvoorstelbaar veel
breder en dramatisch sneller, dan heeft AI de potentie om het ultieme
referentiepunt van de mens te worden. Dat wil zeggen, AI wordt dan wat de
mens altijd al heeft gewild: een god naar zijn eigen beeld.
Vanuit dit perspectief neemt AI de waarden, overtuigingen, kennis en
voorkeuren van de mensheid over. En dan handelt en reageert het sneller dan
wij ooit zouden kunnen. AI kan de data van miljoenen servers méér vasthouden
dan ons eigen hoofd, en het kan in theorie toegang hebben tot de nieuwste,
meest geavanceerde gegevens zodra die gepubliceerd worden. AI zou zo dicht
bij alwetendheid kunnen komen als een ongelovige zich maar kan voorstellen.
Psalm 115 over afgoderij
Zo wordt AI de afgod bij uitstek. Hoewel dit misschien extremistisch of
alarmerend klinkt, laten we toch maar eens gaan kijken hoe de Bijbel afgoden
beschrijft. Psalm 115:4-7 beschrijft afgoden als volgt:
“Hun afgoden zijn zilver en goud, het werk van mensenhanden:
zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar
zien niet; zij hebben oren, maar horen niet; zij hebben een neus,
maar ruiken niet; hun handen, die tasten niet; hun voeten, die
gaan niet; er komt geen geluid uit hun keel”.
In de eerste plaats worden afgoden door mensen gemaakt. Hier worden ze
beschreven als voorwerpen van edelmetaal; in Jesaja 44 worden ze uit hout
gesneden. Ten tweede hebben ze de kenmerken van een levend wezen: mond,
ogen, oren, neus, handen en voeten, maar geen van deze functioneert. Ten
derde maken ze geen geluid; ze communiceren niet. Dit laatste punt is waar
men zou kunnen zeggen: “Aha! Maar AI communiceert wél. Ik kan ermee
chatten en het reageert op een unieke manier.” Dit is een misverstand over het
verschil tussen wat AI doet en wat communicatie werkelijk is. Communicatie is
een essentieel kenmerk van zowel God als van Zijn beelddragers, zoals Pierce
Taylor Hibbs treffend uiteenzet in zijn boek Wielding Words.
Communicatie is een daad van God waarmee Hij schept, Zichzelf openbaart en
werkt – zelfs zozeer dat Gods Zoon1) “Het Woord” wordt genoemd. Als
beelddragers communiceren wij om dingen te beschrijven, onszelf uit te
drukken, te aanbidden en te delen. Achter Gods communicatie schuilt Zijn
ondoorgrondelijke en eeuwige wil; achter onze communicatie schuilt onze eigen
onheilige en eindige wil. Achter de communicatie van AI schuilt code. De wil
van AI ligt ofwel bij de gebruiker die de communicatie in gang zet, ofwel bij de
honderden computerwetenschappers die de code schrijven om AI de schijn van
een communicatieve wil te geven. Net als bij afgoden is er de schijn van
bekwaamheid, maar het blijft slechts een imitatie van de werkelijkheid. AI heeft
geen wens om door te geven wat zij interessant, grappig, ontroerend of
wonderbaarlijk vindt, omdat ze dingen helemaal niet als iets beschouwt. Ze
heeft alleen datapunten die met elkaar in verband gebracht moeten worden.
Waar ligt dan de reden tot zorg? Het ontbreken van een wil maakt van AI
slechts een machine, wat op zich niets negatiefs is. Dit artikel is immers met
behulp van een machine geschreven en het zal waarschijnlijk ook met behulp
van een machine worden gelezen. De reden tot zorg zit hem in de manier
waarop AI wordt gebruikt. Zoals Ian Malcolm in Jurassic Park al zei: “…Jullie
wetenschappers waren zo bezig met de vraag of jullie het konden, dat jullie er
niet aan dachten of jullie het wel moesten doen.”
Wat is dan het gevaar van AI? Neem bijvoorbeeld de recente reclames van Apple
voor hun nieuwe Apple Intelligence. Deze software kan je sms’jes en e-mails
samenvatten, je berichten lezen en herschrijven qua toon, impact en stijl, en
verschillende soorten documenten samenvatten. Het gevaar schuilt in het
opgeven van onze positie als Imago Dei (beeld van God) en die overdragen aan
AI door zelf niet meer te communiceren of communicatie te ontvangen. We
kunnen uiteindelijk zóveel materiaal lezen dat op basis van een prompt door AI
is herschreven, samengevat of gegenereerd, dat we precies zo gaan klinken als
AI. De uniciteit van onze eigen stem verstomt, omdat onze voornaamste
beïnvloedingen de AI’s worden die onvermijdelijk allemaal hetzelfde zullen gaan
klinken. De dreiging van Psalm 115:8 wordt dan zeer, zeer reëel. “Wie ze maakt,
wordt aan hen gelijk; allen die op hen vertrouwen.” We hebben alleen hout
ingeruild voor plastic, houtsnijden voor programmeren; we zijn van
handgemaakte afgoderij overgestapt op geautomatiseerde afgoderij.
Hoe meer we op AI vertrouwen, en hoe meer we ons eraan toevertrouwen, hoe
meer we het vermogen verliezen om dingen te doen die inherent zijn aan het
beelddrager-zijn van God.
Er zijn nuttige manieren waarop AI kan worden gebruikt, hoewel die
waarschijnlijk niet te vinden zijn op de flitsende, leuke plekken die door tech-
startups en marketingbureaus worden aangeprezen. De beste toepassingen zijn
voor de meeste mensen waarschijnlijk nogal saai, maar spannend voor degenen
die een moeizaam proces willen versnellen zodat hun eigen creativiteit eerder
kan beginnen – maar dat is stof voor een ander artikel.
Geschapen zijn naar Gods beeld betekent niet alleen dat we informatie kunnen
verwerken en weergeven, maar ook dat we geroepen zijn om te creëren en
onszelf in onze creaties uit te drukken. Dit is een wonderbaarlijk, glorieus iets.
Maar wanneer we die creativiteit gebruiken om iets te maken dat voor ons
denkt, spreekt en schept, beginnen we onze rol als Imago Dei (beeld van God) te
verzaken en worden we in zekere zin minder menselijk. Door onze van God
gegeven taak aan programmacodes over te laten, ontkennen we wie we zijn en
wie God is. Wanneer de enorme vloedgolf aan door AI gegenereerde content
zowel het zorgvuldig gemaakte schilderij op Instagram overstemt als de
willekeurige gedachte die onder de douche in ons is opgekomen en die we op X
hebben geplaatst, zullen we misschien eindelijk inzien dat de straf voor de
afgodsmaker rechtvaardig is. Onze stemmen zullen begraven worden onder het
steeds toenemende volume aan AI-content, ons zicht zal verblind worden door
de vervorming van de werkelijkheid en de vermenging met schijn, en ons5
gehoor zal doof worden door het lawaai van alle AI-stemmen die door AI
gegenereerde meningen verkondigen.
Uiteindelijk zullen we niets meer te zeggen hebben, niets meer te zien, en niets
meer om naar te luisteren of te kijken, omdat we overweldigd en verpletterd
zullen zijn onder het gewicht van het afgodsbeeld dat we voor onszelf hebben
gebouwd.
Paul Quiram, Westminster Theological Seminary; vertaling A. van Waarde
1 Het Engelse artikel zegt hier: “de tweede Persoon van de Drieëenheid”, maar dat is geen
Bijbelse aanduiding van Christus (noot van de vertaler).
Ontdek meer van Deze Dagen
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.